Creatief bezig zijn met taal, dat betekende bij mij in het middelbaar meestal dat we een verslag, brief of gedicht moesten schrijven volgens opgelegde normen. Terwijl taal op een veel bredere manier benaderd kan worden. Dat besefte ik gisteren maar al te goed, toen ik vanuit mijn stage bij Villa Basta videobegeleider Tom mocht vergezellen tijdens een filmproject rond taal. Met een uitgelaten bende 16-jarige leerlingen van GO! Atheneum en OLVI trokken we met kilo’s filmmateriaal – Hello, armspieren! – naar het stadspark in Boom.

Bendelid Ayoub

Terwijl de enthousiaste leerlingen druk bezig zijn voor en achter de camera, valt mijn oog op Ayoub (16). Hij staat een beetje aan de zijkant toe te kijken met een schuchtere glimlach. Ik stap op hem af, stel me voor en vraag hem of hij me even kan vertellen waar de scène precies over gaat. Hij vertelt me dat ze allemaal samen de verhaallijn verzonnen: ‘Omdat we uit twee verschillende scholen komen, bedachten we een concept over twee bendes die in de clinch liggen en de confrontatie aangaan.’ Hij kwam zelf nog niet in beeld, maar zegt dat dat nog wel zal komen. Als er dan iemand roept dat ze hem nodig hebben in de volgende scène, moet er toch nog wat aan getrokken worden. Plots klinkt door het park (oftewel de filmset) luidkeels ‘A-YOUB! A-YOUB! A-YOUB!’, door zowel de leerlingen als de leerkracht en begeleider Tom. Daarna duurt het niet meer lang voor hij zijn positie inneemt en met volle overtuig een gevaarlijk bendelid vertolkt.

Grenzen verleggen door erover te gaan

‘Da’s best wel een grote stap hoor,’ zegt begeleider Tom tegen me nadat de scène van Ayoub erop zit. ‘Hij wordt op een speelse manier voor de camera gezet door die aanmoediging van zijn medeleerlingen, maar iemand die wat twijfelt over de streep te trekken gebeurt niet zomaar. Dat hadden ze een paar weken geleden misschien niet voor elkaar gekregen.’ Ook Chanel (16) geeft aan dat er een goede vertrouwensband tussen de twee groepen is ontstaan: ‘Je merkt niet echt meer dat we van twee verschillende scholen zijn. Veel mensen kende ik nog niet, maar nu zijn we gewoon een grote groep die samen aan een film werkt.’

Chanel? Dat schrijf je met een a (van attitude)

‘We mochten hieraan meewerken om aan onze taal te werken, maar de begeleiders zeiden ons de eerste dag dat als we er geen zin in hadden, we ook gewoon weg mochten gaan. We worden nergens toe verplicht, en dat werkt wel,’ vertelt Chanel me als ik haar vraag wat ze van de aanpak van onze begeleiders vindt. ‘De begeleiders gaan heel anders met ons om dan de leerkrachten,’ gaat ze verder, ‘Alleen al de manier waarop Kevin op zijn stoel zat in de klas. Hij zet zich niet ‘gewoon’ neer, maar op zijn hurken bovenop zijn stoel. Daaraan zie je al dat hij geen les gaat geven zoals ze op school doen. We mogen hem ook niet meneer noemen, maar we doen dat soms uit gewoonte.’ Dan wordt ze naar de set geroepen en vijf minuten later komt ze, volledig in haar rol en met een attitude om u tegen te zeggen, van een trap naar beneden met haar gang als entourage.

Part of the crew

Op het einde van het project vertonen ze de film op school. Er zitten wat getalenteerde acteurs en crewleden tussen, dus het zal de moeite zijn. Maar toch draait het daar niet om. Samen verzinnen en je wat laten gaan, daar groei je het meeste door. Het feit dat ze niet meer merken dat het twee scholen zijn, en dat ze weten dat niemand zal lachen als er iemand een fout maakt, laten zien dat het doel van het project eigenlijk al deels bereikt werd. Want het gaat niet zozeer om dingen correct doen, maar om ze out of the box te durven doen.

Ik wil niet als een bomma klinken, maar zo ging het er ‘in mijnen tijd’ precies niet aan toe bij de creatieve taaloefeningen, en daar ben ik toch wel jaloers op. Of misschien moeten de scholen hier in Limburg gewoon wat leren van hen daar in Boom.

– Emma Wyers, stagiaire communicatie @ Villa Basta